Welzijnsgericht ondernemen: ‘Dat we nu meer risico’s moeten nemen, maakt het boeiend’

Printervriendelijke versiePDF version

Het Vlaams Welzijnsverbond zet volop in op welzijnsgericht ondernemerschap. Elke maand laten we een van onze leden aan het woord over het onderwerp.

Jef Stroo is hoofd zorg en ondersteuning bij De Vierklaver in Landegem, een vzw die volwassenen met een beperking ondersteunt: ‘De komst van de persoonsvolgende financiering heeft de hele sector omgegooid. De manier waarop het systeem werd uitgerold – nogal holderdebolder – had beter gekund, maar op zich vinden wij het wel een positieve evolutie. Dat de cliënt zijn budget nu zelf in handen heeft, is een goed idee. Het maakt ons als onderneming onmiddellijk afhankelijk van cliënten, maar ik vind dat een correcte relatie. Anders wordt het voor een organisatie toch wat te comfortabel. We moeten nu meer risico’s nemen, maar dat maakt het boeiend.’

‘Bij De Vierklaver zijn we momenteel heel wat zaken aan het verkennen en uitproberen, zodat we uiteindelijk een aantal mooie nieuwe projecten kunnen overhouden. Voor ons zit de toekomst vooral in kleinschalig, intersectoraal en inclusief werken. Onze langdurige zorg in collectief georganiseerde woonvormen zullen we natuurlijk ook behouden, maar daarnaast willen we het anders aanpakken. In Deinze startten we vorig jaar een woonproject op waar zes cliënten in een studio kunnen wonen. In feite is het een soort gemeenschapshuis dat zich richt naar personen met een beperking die aarzelen om volledig op eigen benen te staan. Wie dat wenst, kan gebruik maken van een gemeenschappelijke keuken en onder begeleiding van Familiehulp een maaltijd bereiden. Wij voorzien er enkel de handicapspecifieke ondersteuning – vaak is die heel beperkt – en verder wordt alles geregeld door de cliënten, hun context en externe diensten. Indien nodig kan ’s nachts het personeel van het naburige woonzorgcentrum worden opgeroepen. Het ondersteuningsteam van De Vierklaver coördineert de verschillende partners en voorziet een basisaanwezigheid die onder andere het samenwonen in goede banen leidt.’

‘We zijn nu ook in andere steden en gemeenten aan het bekijken hoe we gelijkaardige formules kunnen uitwerken, telkens in partnerschap. We willen geen eigendommen meer verwerven. Zo verkennen we op dit moment een samenwerking met wooncoop en enkele geïnteresseerde cliënten. Een mooi concept, lijkt ons, omdat de personen met een beperking op die manier een aandeel in het woonproject en woonrecht verwerven. De cliënten en hun netwerk worden actieve partners die het woonproject van bij de start mee in handen nemen.’

‘We zaten eigenlijk allang op zulke projecten te wachten om onze medewerkers ervan te kunnen laten proeven. Je kan immers wel praten over inclusie en kleinere wooneenheden, maar zolang je daar niet echt mee werkt, blijft dat toch abstract. Voor veel van onze huidige cliënten en hun context is het wel nog aanpassen. Sommige ouders houden toch nog vast aan permanente begeleidingsvormen, terwijl wij soms vinden dat die cliënten veel zelf kunnen.’

‘Waar we wel nog wat zorgen rond hebben, is de formule van het dagcentrum. De budgetten voor dat soort hulp zullen in de toekomst kleiner worden. We proberen daar dus ook naar mogelijke samenwerkingsvormen te zoeken, want het klassieke dagcentrum waar mensen met eigen vervoer naartoe worden gebracht, is onbetaalbaar geworden. We denken er bijvoorbeeld aan om de doelgroepgrenzen te doorbreken en onze ruimtes ook voor andere organisaties open te zetten. We zoeken ook meer naar contact met de buurt om dagactiviteiten op poten te zetten. Dat vraagt de nodige inspanningen van onze organisatie, maar het zorgt tegelijk voor een frisse wind.’

Meer weten over welzijnsgericht ondernemerschap? Het Vlaams Welzijnsverbond ontwikkelde onder meer een kompas welzijnsgericht ondernemen en een online platform waar goede praktijken worden verzameld. Voor meer informatie daarover kan je terecht bij mark.vanhumbeeck@vlaamswelzijnsverbond.be.