2 september 2016- persmededeling - Tragisch overlijden

Printervriendelijke versiePDF version

De intrieste dood van een 19-jarige jongere komt hard aan bij alle jeugdhulpverleners. Het is een zwarte dag voor alle voorzieningen en diensten die dagelijks met kwetsbare jongeren werken. Intens medeleven en droefenis overheersen momenteel de ganse sector. Leiden de inspanningen en begeleiding die hulpverleners jarenlang leveren dan uiteindelijk soms toch tot een onvermijdelijk eindpunt?

Als jeugdhulp en als samenleving kunnen we met deze vraag alleen omgaan door er een betekenis aan te geven, door na te gaan hoe we het anders en beter kunnen doen zodat tragische gebeurtenissen in de toekomst zullen voorkomen worden.

We weten dat het meerderjarig worden voor jongeren die afhankelijk zijn van hulpverlening een uiterst kritisch moment is. Zeker wanneer begeleidingsmoeheid, vereenzaming en maatschappelijk kwetsbaarheid samengaan. Wanneer er geen netwerk is waarop je kan terugvallen en huisvesting en inkomen ontbreken. Wanneer je er alleen voorstaat. Voor hulpverleners is dit een kritisch momentum, een secure afweging tussen loslaten en ‘aanklampen’, een beoordeling van draagkracht en draaglast van elke individuele jongere. Maar ook een inschatting van het (al dan niet bestaande) sociale netwerk dat hen omringt.

We weten toch dat jongeren op hun 18 in deze samenleving niet zelfstandig zijn, dat onderwijs, financiële zelfstandigheid, relatievorming en (familiale) ondersteuning voor de meeste jongeren zeker tot hun 23 gegarandeerd zijn. Gelukkig genoeg is dat zo voor de overgrote meerderheid van de jongeren…maar dus niet voor àlle jongeren.

 

En dus moet de samenleving én de jeugdhulp voor die jongeren zorgen, zorgen dat ze niet in een gat vallen. Dat kan natuurlijk door hen zoveel als mogelijk op hun 18 voor te bereiden. Zo stromen honderden jongeren jaarlijks uit de hulpverlening door naar (begeleid) zelfstandig wonen. Daaraan gaat een intense voorbereiding en begeleiding vooraf. Niet gemakkelijk, want wat is dat vandaag de dag… als jongvolwassene ‘zelfstandig’ wonen? En toch lukt dat in de meeste gevallen. En ja, dat mag ook gezegd, elke dag werken jeugdhulpverleners, dikwijls in moeilijke omstandigheden, met mooie resultaten. Ze geven dagdagelijks het beste van zichzelf in een harde maatschappelijke realiteit. Ze gaan tot het uiterste en bereiken samen met de jongeren de vooropgezette doelen, slagen erin nieuwe toekomstperspectieven waar te maken. Lees er het jaarverslag van de jeugdhulp maar eens op na. Maar wanneer het dan toch mis gaat is de verslagenheid ook groot en moeilijk om dragen…

 

Jongvolwassenen zijn nu eenmaal meerderjarig en hulp verder zetten kan dan alleen maar wanneer jongeren dit zelf vragen en willen. Zo’n voortgezette hulpverlening kan tot 20 jaar (verblijf in voorziening, op kamer of in gezin) en zelfs tot 21 jaar ( in begeleid zelfstandig wonen). En als dat dan later in de feiten niet blijkt te lukken, kunnen ze niet terug. En hier schort wat. Moeten we die voortgezette hulpverlening bijv. niet op 23 jaar mogelijk maken? Dit zou toch meer aansluiten bij de algemeen aanvaarde maatschappelijke realiteit. Ook is het nodig om die jongvolwassenen een terugvalmogelijkheid aan te reiken, zodat ze desgewenst tijdelijk terug kunnen naar de jeugdhulp. Verder is er nog heel wat werk aan een vlot toegankelijke, ondersteunende opvang waar jongvolwassenen zich samen  ‘thuis’ kunnen voelen, praten over hun toestand en werken aan hun toekomst. Er zijn in Vlaanderen tal van initiatieven en projecten van die aard, in en buiten de jeugdhulp, maar zonder hulp van OCMW of welzijnswerk blijven ze dikwijls spijtig genoeg onvindbaar. Hier is nog veel werk aan de winkel.

 

Continuïteit in de jeugdhulp garanderen is terecht één van de doelstellingen van het decreet voor een Integrale Jeugdhulp. Meer dan ooit werken alle jeugdhulpverleners samen aan trajecten op maat van elke jongere en zijn/ haar gezin. Rupturen ( en het meerderjarig worden kan er zo een zijn) moeten voorkomen worden en dus moet ons jeugdhulpstelsel zeer wendbaar en flexibel zijn. Daar is de voorbije jaren al hard aan gewerkt, maar het kan ongetwijfeld nog beter.

Dit tragisch overlijden confronteert de jeugdhulpverlening met haar grenzen en eigen onmacht. Maar ook onze maatschappij zal zich voor kwetsbare jongeren meer moeten  inzetten, jeugdhulp kan het nu eenmaal niet alleen oplossen. Een dag als vandaag leert ons deze harde les.

 

Hendrik Delaruelle,

Algemeen directeur

Mobiel: 0474-84 01 87

Hendrik.delaruelle@vlaamswelzijnsverbond.be

Het Vlaams Welzijnsverbond groepeert in Vlaanderen en Brussel een 700-tal voorzieningen actief in de jeugdhulp, de sector van personen met een handicap, de gezinsondersteuning, de kinderopvang en het vrijwilligerswerk met 26.000 personeelsleden en 3.600 onthaalouders die zich jaarlijks inzetten voor 100.000 kinderen en volwassenen en hun gezinnen! 10.000 vrijwilligers helpen ons hierbij

 

.