Opinie commercialisering n.a.v. het Orpea-dossier

Printervriendelijke versiePDF version

De Franse overheid besliste recent om de commerciële rusthuisgroep Orpea via de staatsbank van het faillissement te redden. Begin 2022 kwam de groep zwaar in opspraak door het boek “De doodgravers” van journalist Victor Castanet. Sindsdien zijn de aandelen van het beursgenoteerde bedrijf in vrije val en blijft er een gigantische schuldenberg achter. In ons land legde Orpea op 16 februari een toekomstplan op tafel om de rusthuisgroep te redden. Daarvoor is 90 miljoen euro nodig. Van waar dat geld moet komen, is op dit moment helemaal nog niet duidelijk. Wel zeker is de sluiting van drie woonzorgcentra in Vlaanderen en zeven in Brussel.

De Orpea-crisis maakt het debat over zorg als een commercieel product weer brandend actueel. Blijven we toelaten dat je op zorg ongebreideld winst kan maken, met alle risico’s daaraan verbonden? Vinden we het normaal dat commerciële bedrijven kwetsbare mensen en medewerkers in de kou laten staan wanneer het op een bepaald moment te weinig opbrengt of te veel gaat kosten?

Commercieel: what’s in a name?

Vooreerst even in herinnering brengen dat er drie types woonzorgcentra bestaan in Vlaanderen: de openbare woonzorgcentra (beheerd door een lokaal bestuur), de social profit woonzorgcentra (die meestal de rechtsvorm van een vzw hebben) en de commerciële spelers op de markt. For profit of commerciële woonzorgcentra hebben een duidelijk winstprincipe voor ogen zoals dat geldt in de bedrijfswereld. Ze maken winst op hun activiteiten die ze onder de vorm van dividend uitkeren aan hun aandeelhouders. Via allerhande ondoorzichtige vastgoedconstructies en financiële spitsvondigheden slagen ze erin om veel geld te verdienen en door te sluizen naar onderliggende structuren of gelieerde bedrijven.  

De meeste commerciële woonzorgcentra maken deel uit van internationale groepen, die ook vaak beursgenoteerd zijn. Ze vormen een almaar groter deel binnen het totale aanbod van woonzorgcentra in Vlaanderen.  In 2013 bedroeg hun marktaandeel van het totaal aantal erkende woongelegenheden nog 18,5%, in 2020 was dat al 27%. Let wel: er zijn ook woonzorgcentra met een (nep) vzw-statuut die deel uitmaken van een commerciële groep. Ook zij behoren tot de “for profit” sector.

De commerciële woonzorgcentra weten goed door te rekenen aan de gebruiker. Uit de jaarlijkse dagprijsmeting van het Agentschap Zorg en Gezondheid van mei 2022 blijkt dat de gewogen gemiddelde dagprijs in een openbaar woonzorgcentrum 60,6 euro bedroeg, in een social profit woonzorgcentrum 61,9 euro en in een commercieel woonzorgcentrum 69,6 euro. Een bewoner betaalt dus in een commercieel woonzorgcentrum algauw per maand ruim 250 euro meer dan in de andere types.  Ondanks hun hogere dagprijzen zetten de commerciële woonzorgcentra minder personeel in.

Businessmodel: profit before people

Commerciële woonzorgcentra hangen met dure contracten vast aan vastgoedinvesteerders van wie ze de gebouwen huren.  Het commerciële businessmodel in de ouderenzorg stoot nu meer en meer op zijn grenzen. Bij minstens drie grote commerciële groepen stapelen de schulden zich op. Met vooral bij Orpea een zeer precaire situatie.  Jaren geleden werd door vastgoedmaatschappijen zwaar geïnvesteerd in een sector waarvan men dacht dat het de kip met de gouden eieren zou zijn, dankzij de gegarandeerde instroom van steeds meer ouderen in een sterk vergrijzende samenleving. Covid en het aanhoudende en structurele personeelstekort deden dit winstgevende model kantelen. De vastgoedinvesteerders willen hun kapitaal verder zien renderen en eisen hoge huren. Steeds meer besparen op personeel haalt de lat van de minimumkwaliteit verder naar beneden. De woonzorgcentra kunnen hun contracten niet meer nakomen en zitten zo in de wurggreep van hun aandeelhouders.

De mogelijke gevolgen voor de mensen, voor bewoners én personeel, zijn niet te overzien. Zij zijn de slachtoffers wanneer het misloopt. En ook de belastingbetaler. Want de overheid zal niet anders kunnen dan bijspringen. Net zoals bij de bankencrisis. Toen werd duidelijk wat er gebeurt bij een al te groot vertrouwen in het zelfregulerend vermogen van de marktprincipes. De torenhoge winsten vloeiden in de wonderjaren naar de investeerders. Maar toen de zeepbel uiteenspatte mocht de overheid, en dus de belastingbetaler, opdraaien voor de verliezen. Dat is in de zorg niet anders. Het is privé-investeerders niet te doen om de mensen en de zorg, maar om rendement. De winstlogica eist altijd haar rechten op. Ten koste van de meest kwetsbaren.

In een recent gestemde motie vragen de Vlaamse volksvertegenwoordigers het Rekenhof om een onderzoek te doen naar de financiële stromen van de woonzorgcentra. Hiermee schuiven ze het probleem netjes door naar de verdere toekomst. Terwijl er NU een probleem is dat om doortastende maatregelen vraagt. Alle aanbieders in de sector moeten verplicht worden om voor beleid en burgers hun financiële en bestuurlijke werking transparant te maken, volgens een opgelegde uniforme boekhouding. Dat vraagt een dringende herziening van een aantal artikels in het woonzorgdecreet van 2019. Hiermee langer wachten is schuldig verzuim. De situatie is nu precair in de ouderenzorg, maar de commercialisering is aan een opmars bezig in alle sectoren van zorg en welzijn. Laat de middelen in de vorm van subsidies door de overheid integraal naar de zorg en de medewerkers gaan, en niet doorstromen naar de vastgoedfondsen of aandeelhouders.

Ondertekenaars

Stefaan Berteloot (Zorggezind), Paul Callewaert (Solidaris), Margot Cloet (Zorgnet-Icuro), Caroline Copers (Vlaams ABVV), Naomi De Bruyne (Steunpunt Mantelzorg), Jan De Maeseneer (em. Universiteit Gent), Ann Demeulemeester (Zorggezind), Mark De Soete (Okra), Ann De Sutter (Universiteit Gent), Hendrik Delaruelle (Vlaams Welzijnsverbond), Hilde Deneyer (Vlaams Apothekersnetwerk), Piet Hoebeke (Universiteit Gent), Johan Leman (Foyer), Mark Leys (VUB), Koen Lowet (Vlaamse Vereniging Klinisch Psychologen), Olivier Remy (ACV Puls), Marleen Roesbeke (SOM), Mark Selleslach (ACV Puls), Matthias Somers (Denktank Minerva), Else Tambuyzer (Vlaams Patiëntenplatform), Johan Van Eeghem (BBTK), Gijs Van Pottelbergh (Academisch Centrum voor Huisartsengeneeskunde KU Leuven), Luc Van Gorp (CM), Karin Van Mossevelde (i-mens), Nils Vandeweghe (Vlaamse Ouderenraad), Dirk Verleyen (Axxon), Peter Wouters (Beweging.net)