‘In de jeugdhulp vond ik een nieuwe thuis’

Printervriendelijke versiePDF version

Drie jaar geleden kwam Alena (18) in de jeugdhulp terecht. Sinds haar zestiende woont ze bij Ruyskensveld vzw. ‘Ik voel me hier gelukkig en hoop zolang mogelijk in de voorziening te kunnen blijven wonen.’

Alena: ‘Soms denk ik dat ik het beter heb dan andere jongeren. Ik weet al een beetje meer over het leven. Ik run mijn eigen huishouden, beheer mijn budget, combineer school met werk. Ik vind het moeilijk om trots te zijn op mezelf, maar ik weet het toch maar in mijn eentje te redden.’

‘Ik was vijftien toen ik thuis werd weggestuurd. Na wat omwegen kwam ik op mijn zestiende bij Ruyskensveld terecht, waar ik zelfstandig op studio kan wonen. Voor mij is dat perfect. Ik woon graag alleen en heb alles wat ik nodig heb. De begeleiding voelt voor mij als mijn familie, zeker mijn individuele begeleider. We hebben een goede band en doen geregeld leuke dingen samen.’

‘Toch wil ik het ook niet verbloemen: natuurlijk is het niet altijd makkelijk. Ik heb geen contact meer met mijn echte familie en vraag me soms af hoe het was geweest als ik toch daar had kunnen blijven. En ik mis het bijvoorbeeld om net als leeftijdsgenoten ook gewoon eens lui te mogen zijn en niet te moeten werken. Voor mijn studies help ik vier dagen per week in een restaurant en ik werk ook nog meerdere keren per week als jobstudent in een café, zodat ik kan sparen voor later.’

‘Al is ‘later’ momenteel wel één groot vraagteken. Ik ben Russische van afkomst en heb nog geen onvoorwaardelijk verblijfsrecht. Die onzekerheid weegt. Ik voel me Belgische, woon hier al sinds mijn negende. Ik wil hier aan mijn toekomst bouwen, maar door mijn situatie kan en durf ik niet te ver vooruit te kijken. Het risico dat ik word teruggestuurd, blijft.’

‘Hoe mijn ideale toekomst er dan zou uitzien? Zo snel mogelijk afstuderen als chef-kok en daarna in het leger gaan. Ik kan het niet goed uitleggen waarom, het is iets waar ik allang van droom. Misschien omdat je in het leger deel uitmaakt van een gemeenschap? Ik denk de laatste tijd ook veel aan een eigen gezin. Veel vrienden zijn al zwanger of willen het snel worden. Voor mij hoeft het nog niet meteen, maar het zorgende van een mama zit wel in mij. Maar eerst wil ik dus weten waar ik mijn leven zal kunnen opbouwen.’

‘Dat vind ik veel moeilijker dan het feit dat ik in de jeugdhulp verblijf: dat ik me blijf inzetten, maar dat het voorlopig niets oplevert. Ik hou me aan de wet en alle regels, ik betaal belastingen, ik probeer goed te doen voor anderen … maar het verandert niets aan mijn onzekere situatie. Ja, soms denk ik aan opgeven, maar ik weet dat dat geen optie is. Ik kan mijn hoofd toch niet laten hangen? Ik heb al zo’n lange weg afgelegd. Op zulke momenten zoek ik een uitlaatklep. Dan sla ik de frustratie eruit op de boksbal of zoek ik rust in yoga.’

‘Toch probeer ik ondanks alles vooral dankbaar te zijn. Want uiteindelijk heb ik in de voorziening een nieuwe thuis gevonden en kan ik rekenen op mijn vrienden. Als je het zo bekijkt, heb ik eigenlijk niets om over te klagen.’