Uitgebreid zoeken
inloggen
 
 
 



U bevindt zich hier: Nieuws

E-magazine 'de facto', jg. 11, nr. 78, november 2009

 

de facto
jaargang 11, nr. 78, november 2009
 
- Edito: “Samen-werken aan welzijn” blijft meer dan ooit onze opdracht!
- Personeelskengetallen 2008. Meer deeltijds werkenden en gemiddelde leeftijd stijgt
- Milieuzorg in welzijnsvoorzieningen. Meer dan een kwestie van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen
- Veiligheidsbezoeken bij onthaalouders. Een initiatief van de Pool Gezinszorg in samenwerking met IDEWE
- Langer werken in de socialprofitsector
- Vlaamse voorzitter van het Europees Centrum voor Vrijwilligerswerk
- Meer dan kinderspel. Een educatief spel voor de kinderopvang
- Deze maand in het Tijdschrift voor Welzijnswerk
- Pastorale Perspectieven
- Overzicht Informatieven september en oktober 2009
- Colofon
 
 

EDITO: “SAMEN-WERKEN AAN WELZIJN” BLIJFT MEER DAN OOIT ONZE OPDRACHT!

Commentaar bij de beleidsnota Welzijn

 
Eind oktober 2009 stelde kersvers Minister van Welzijn Jo Vandeurzen zijn beleidsnota voor, waarin hij de beleidsintenties voor de volgende 5 jaar (2009-2014) duidelijk maakt. In hoeverre wordt hierin rekening gehouden met onze verwachtingen, die we samen met vele andere organisaties uit de ruime sector welzijn en gezondheid formuleerden in het vooruitzicht van de Vlaamse verkiezingen? Wij maken een analyse en geven commentaar.
 
Resultaat van overleg en evenwichten
 
Steeds meer en volkomen terecht gaat intens overleg tussen administratie en kabinet vooraf aan de uiteindelijke versie van dergelijke beleidnota. De inbreng van het kabinet mag echter niet onderschat worden. De tijdens de regeringsonderhandelingen bereikte evenwichten moeten vertaald worden in het beleid voor het betrokken beleidsdomein. Zo wordt de keuze van de regering om ondanks de economische en financiële crisis de voorkeur te (blijven) geven aan de sociale dimensies van het beleid, vertaald in de nota. Laten we even bladeren in de tekst van 70 pagina’s met bijlage.
 
In een SWOT-analyse beschrijft de nota de maatschappelijke trends (individualisering, vergrijzing, stijgend geboortecijfer, wachttijden, enz.) en de bestuurlijke omgeving waarin welzijnsvoorzieningen zich bevinden. De regering kiest voor een sociale markteconomie (het Rijnlandmodel) waar stakeholders samen solidair voor welvaart en welzijn zorgen. Maar vrijheid veronderstelt ook verantwoordelijkheid. De overheid bewaakt de kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid, maar erkent ook de verantwoordelijkheid van de zorginitiatieven. Een goed uitgangspunt.
 
Over de rol van lokale en provinciale besturen als actor of regisseur blijft de nota voorzichtig.
Wij hadden liever gezien dat er een duidelijk onderscheid gemaakt werd tussen de rollen van actor en regisseur als ze beide door een gemeente worden opgenomen. Ook verzelfstandiging kan hier een uitweg bieden.
 
De overheid wil haar beleid steeds meer ondersteunen door kennis. Evidence-based werken wordt een belangrijk thema. in de nota worden zowel de sector als het beleid uitgedaagd het aanbod te optimaliseren. Bij deze zoektocht naar voordurende verbetering van het aanbod kan zorginnovatie een prominente rol spelen. Als aanvulling op een op wetenschappelijke inzichten gebaseerde “evidence-based practice” verdedigt onze vereniging daarbij een “practice-based evidence”. Vanuit het werkveld verworven goede praktijken verdienen waardering én verdere navolging.
 
Beleidsruimte, ondanks besparingen
 
In de nota verwijst de minister naar het akkoord binnen de regering over de besparingen die in 2009, 2010 en 2011 noodzakelijk zijn om bij het einde van de regeerperiode groei mogelijk te maken. Toch wordt voor de “sociale dossiers”, voor gehandicapten, kinderopvang en (zorg)infrastructuur reeds vanaf 2010 een inspanning geleverd.
 
Hoofdmoot van de nota vormen de strategische en een reeks operationele doelstellingen.
Klassiek bevatten beleidsnota’s sectorale hoofdstukken, maar deze keer koos men voor een originele en vernieuwde aanpak. De staakwoorden voor de 6 strategische doelstellingen zijn: preventie, sociale bescherming, uitbreiding, kwaliteit, efficiëntie en effectiviteit en partnerschap. De lezer(es) die op zoek is naar de keuzes voor zijn of haar sector moet zich daarvoor door de ganse nota worstelen. Toch bevelen we u de lezing aan.
 
“Een versterkt sociaal beleid voeren, op een realistische manier en dit samen met de verschillende partnerorganisaties.” Met deze ene zin durven we dit stevige werkdocument samenvatten. Laten we op de drie klemtonen even inzoomen.
 
Een versterkt sociaal beleid
 
Een versterkt sociaal beleid zet in op de sociale bescherming en de betaalbaarheid van de zorg en dit via de zorgverzekering, de maximumfactuur voor de thuiszorg en het woon- en zorgcentrum, een nieuwe Vlaamse hospitalisatieverzekering en extra Vlaamse kinderbijslag. Dit alles wordt op termijn via een basisdecreet mogelijk gemaakt.
 
Een tweede domein waarop ondanks de besparingen versterkt ingezet wordt, betreft de zorg voor personen met een handicap. Met 22,5 miljoen in 2010 en telkens 45 miljoen vanaf 2011 krijgt een vernieuwd uitbreidingsbeleid voor personen met een handicap de (tijdens de verkiezingen) beloofde stimulans. En ook de kinderopvang krijgt reeds vanaf 2010 alle prioriteit met 10 miljoen extra en een decreet voor de voorschoolse kinderopvang.
 
Het Vlaams Welzijnsverbond is verheugd deze prioriteiten uit het regeerakkoord nu ook vertaald te zien in de beleidsnota. De behoeften in de sectoren blijven groot en vragen versterkte inspanningen. Maar moeten we ons ook niet tegelijk de vraag blijven stellen hoe het komt dat steeds meer vragen op ons afkomen? En volstaat het telkens een antwoord te geven op elke vraag naar zorg of opvang? Hoe komt het dat steeds meer vragen worden gesteld? Moet zorg en opvoeding niet de opdracht van iedereen zijn en blijven?
 
Uiteraard is het belangrijk dat ouders bijvoorbeeld beroep kunnen doen op kinderopvang. Noodzakelijke arbeidsparticipatie wordt hierdoor mogelijk en tegelijk verhoogt het de slaagkansen van het kind in de verdere schoolloopbaan. Maar moeten we ons niet afvragen in welke mate ouders de zorg voor kinderen kunnen doorschuiven naar de professioneel? Maken alle gezinnen voldoende tijd voor kinderen? Is er naast de drukke job nog energie over voor mijn kind? Moeten wij ons niet afvragen of wij hen ook daarbij voldoende ondersteunen?
 
Zin voor realisme
 
Een tweede kenmerk van de nota is de zin voor realisme. Doelstellingen zijn geen dromen en zijn geschreven met realiteitszin. Zo verplicht de economische crisis ook de Vlaamse overheid om te besparen. Men wil echter snoeien zonder aan de jobs en het aanbod te raken. Als sector zullen we wel een nulindex voor de werkingsmiddelen moeten aanvaarden om, zo zegt men ons, de vele ambitieuze plannen in de tweede helft van de legislatuur mogelijk te maken. Wij ramen de ingreep voor de hele sector op ongeveer 20 miljoen euro. Laat het duidelijk zijn: voldoende werkingmiddelen zijn essentieel voor een voortgezet kwaliteitswerk op de werkvloer. De nulindex is een pijnlijke ingreep en moet rechtgezet worden van zodra de economische situatie hersteld is.
 
Wij lezen in de nota dat in de eerste jaren van de legislatuur meerjarenplannen zullen ontwikkeld worden, die dan in de tweede helft worden uitgerold. Deze manier van aanpak geeft ons de tijd om onze inbreng te doen bij de plannen voor de jeugdhulp, voor personen met een handicap en bij de ontwikkeling van het decreet voorschoolse kinderopvang.
 
In deze tijd van beperkte middelen worden voorzieningen en hulpverleners uitgedaagd efficiënter en effectiever, doelmatig en doeltreffend te werken. Minister Vandeurzen daagt de sector uit “efficiëntiewinst” te zoeken in tijden van crisis. Hij stelt ook vragen naar de geschikte schaalgrootte van zorgorganisaties en pleit in de nota voor een optimalisatie door samenwerking. De minister zegt zelf voorstander te zijn van social profit ondernemingen in welzijn en gezondheid en wenst een onderzoek over de relatie tussen het statuut van de zorgaanbieder (private for profit, publieke en vzw-organisatie) en de geboden zorg.
 
Alle initiatieven moeten getoetst worden op kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid en aan dezelfde erkenningscriteria voldoen. Het winstoogmerk mag nooit ten koste gaan van deze drie criteria. Het Vlaams Welzijnsverbond waarschuwt voor een harde concurrentiestrijd als gevolg van commercialisering. Deze kan leiden tot selectiviteit van het zorgaanbod, tot ongelijke toegankelijkheid, kan nieuwe wachtlijsten doen ontstaan en de continuïteit van de zorg ondermijnen. Concurrentie kan ook de eervolle uitoefening van het beroep schenden. Daarom moeten minimumnormen worden vastgelegd met betrekking tot erkenning, infrastructuur, kwaliteit, enz., die voor elk initiatief gelijk gelden.
 
Partners in zorg
 
Een derde belangrijke klemtoon in de nota gaat over het partnerschap. De Vlaamse overheid wenst synergieën tussen de beleidsdomeinen en agentschappen voor de aanpak van steeds complexere problemen. De minister daagt zijn administratie en ons uit om de verkokering te doorbreken en vraagt een resolute keuze voor een geïntegreerde aanpak. Ook met de federale en Brusselse instanties wil hij afspraken. We kijken uit naar de resultaten.
 
Tenslotte zet de nota in op participatief beleid met een grote betrokkenheid van het middenveld. In deze laatste keuze ziet onze vereniging de uitdaging om samen met onze leden op een positief-kritische wijze onze rol als partnerorganisatie te herbevestigen.
 
“Samen-werken aan welzijn” blijft meer dan ooit onze opdracht.
 
Theo Rombouts                                                                    Frank Cuyt
Voorzitter                                                                               Directeur
 
Naar boven
 
 
INTERN
 
 

PERSONEELSKENGETALLEN 2008

Meer deeltijds werkenden en gemiddelde leeftijd stijgt

 

Hoe oud is het personeelsbestand in een aantal Vlaamse welzijnssectoren? Wat is het opleidingsniveau van de werknemers? Hoe zit het met de man-vrouw verdeling? En hoe omvangrijk is het arbeidsverzuim? Op deze en vele andere vragen probeert het Vlaams Welzijnsverbond via het project “personeelskengetallen” een antwoord te geven.
 
In 2009 namen aan de tweede editie van de bevraging reeds 225 aangesloten voorzieningen deel. In onze steekproef zijn ruim 20.000 werknemers uit de Vlaamse welzijnssectoren opgenomen. Op 8 oktober 2009 stelden we de resultaten voor tijdens een studienamiddag in het TPC te Wilrijk. Alle deelnemers hebben intussen hun individuele positionering ontvangen.
 
Enkele vaststellingen
 
Eind 2008 werkte 51,66% van het personeelsbestand deeltijds. Dit is een toename met 0,7% t.o.v. 2007. De sector bijzondere jeugdbijstand scoort lager met 41%. De sector kinderopvang scoort het hoogst met 65% deeltijds werk.
 
Om allerlei redenen waren er op 31 december 2008 ruim 1.300 VTE of 12% van het personeelsbestand niet aan het werk. De voornaamste redenen waren tijdskrediet, ziekte en zwangerschap.
 
Het personeelsbestand had eind 2008 een gemiddelde leeftijd van 39 jaar. We zien in alle sectoren een stijging van de gemiddelde leeftijd met ongeveer een half jaar t.o.v. 2007. 22,40% van het personeelsbestand bestond eind 2008 uit 50-plussers.
 
Een personeelslid heeft gemiddeld 15 jaar anciënniteit. Uit een vergelijking van de baremieke en de dienstanciënniteit leren we dat een personeelslid gemiddeld 4 jaar anciënniteit meebrengt van vorige tewerkstellingen.
 
Bijna 90% van het personeel heeft minimum een diploma hoger secundair onderwijs. Meer specifiek heeft 8% van het personeel een master diploma en 46% een bachelor diploma. Het aandeel van de laaggeschoolden daalt in 2008.
 
in 2008 ging 11,62% van de uurcapaciteit naar arbeidsverzuim. Dat is een lichte stijging t.o.v. 2007. Toen bekwamen we een score van 11,51%. Bijna 60% van het arbeidsverzuim bestaat uit verzuim wegens ziekte.
 
1,21% van het personeelsbestand bestaat uit werknemers van allochtone afkomst en de werknemers met een arbeidshandicap vertegenwoordigen 0,65% van het personeelsbestand. We zien hier een lichte stijging t.o.v. 2007.
 
Alle leden hebben intussen een samenvattende nota met de resultaten van de bevraging personeelskengetallen ontvangen.
 
De toekomst
 
We proberen om onze bevraging met het oog op volgend jaar verder te verfijnen en we denken na over het maken van prognoses, zodat we het effect van bepaalde maatregelen kunnen berekenen.
 
Het Vlaams Welzijnsverbond dankt alle deelnemers aan de bevraging voor hun inzet. We hopen dat de resultaten uit hun individuele positionering veel inspiratie bieden bij het eigen personeelsbeleid.
 
INFO: Steven De Looze, tel. 02 507 01 22
 
Naar boven
 
 

MILIEUZORG IN WELZIJNSVOORZIENINGEN

Meer dan een kwestie van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

 

Alle welzijnsvoorzieningen worden in hun werking geconfronteerd met de Vlaamse milieuwetgeving. Voor velen is het een ingewikkelde en onoverzichtelijke materie. In de meeste gevallen hangt hieraan ook een belangrijk kostenplaatje vast, bijvoorbeeld aan de thema’s afval, water en energie. Ook zijn er enkele nauw met milieu verwante onderwerpen die vele welzijnsvoorzieningen aanbelangen, zoals HACCP en voedingshygiëne.
 
Om onze leden over deze verschillende thema’s te informeren organiseerden we in samenwerking met Idewe – Ibeve twee studienamiddagen rond het thema “milieuzorg in welzijnsvoorzieningen”. Op 28 september 2009 in het Provinciehuis te Leuven en op 12 oktober 2009 in het Vormingscentrum Guislain te Gent mochten we telkens een 70-tal mensen verwelkomen.
 
Recente veranderingen in de Vlaamse milieuwetgeving
 
In het eerste deel werden de implicaties van de recente veranderingen in de milieuwetgeving voor de welzijnssector besproken. Het ging hier voornamelijk over de recente actualisatie van de Vlarem-wetgeving. Deze wil een administratieve vereenvoudiging realiseren en tegelijk conformiteit met de Europese regelgeving bekomen.
 
Vlarem I bevat een oplijsting van alle activiteiten die hinder kunnen opleveren voor het milieu. Hiervoor werden de indelingscriteria aangepast, waardoor nu minder organisaties vergunningsplichtig zijn en niet langer een milieucoördinator nodig hebben. Vlarem II geeft dan weer aan waaraan men precies moet voldoen indien men één van de opgelijste activiteiten uitoefent. Ook hier werden de voorwaarden gewijzigd. Wie meer informatie wenst, kan terecht op www.emis.vito.be, waar de volledige Vlaamse milieuwetgeving up-to-date wordt bijgehouden.
 
Afval, water en energie
 
Over de thema’s afval, water en energie werd een algemene inleiding gegeven. We hadden het onder meer over het verschil tussen huishoudelijk en bedrijfsafval, en het toepassen van een 3-stapsstrategie bij het verbruik van water en energie. Daarnaast werd er kort ingegaan op het uitvoeren van energieaudits en werden er enkele nuttige tips gegevens om afval te voorkomen en water en energie rationeel te gebruiken.
 
Levensmiddelenhygiëne
 
Levensmiddelenhygiëne wordt steeds belangrijker. Wereldwijd is er een eis naar veiligheid en deugdelijkheid van voedingsmiddelen. Daarom worden kwaliteitsmanagementsystemen ontwikkeld die gebaseerd zijn op HACCP. Tijdens de voordracht werd toegelicht wie onder welke regelgeving valt (HACCP, HACCP-light of Goede Hygiëne Praktijken) en welke indelingscriteria hiervoor worden gehanteerd. Men kijkt onder meer naar het aantal personeelsleden in de keuken en de oppervlakte van de keuken en de bijhorende lokalen. Tenslotte werd besproken wat de verplichtingen zijn bij elke type van regelgeving.
 
Vervolgtraject?
 
Naar de toekomst toe bekijken we of we één van de behandelde thema’s in samenwerking met Idewe – Ibeve verder kunnen uitdiepen. We houden daarbij zeker rekening met de suggesties die we kregen op de evaluatieformulieren.
 
INFO: Steven De Looze, tel. 02 507 01 22
 
Naar boven
 
 

VEILIGHEIDSBEZOEKEN BIJ ONTHAALOUDERS

Een initiatief van de Pool Gezinszorg in samenwerking met IDEWE

 

De Pool Gezinsopvang, het samenwerkingsverband voor diensten voor onthaalouders, dat opgezet werd met het oog op de ondersteuning van de diensten en de verlaging van de werkdruk, zet in 2010 in op de veiligheidsbezoeken bij de onthaalouders en werkt daarvoor samen met IDEWE (Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk).
 
Onthaalouders staan in voor de veiligheid van de opvang en zorgen voor de fysieke en de psychische veiligheid van de kinderen. De dienst voor onthaalouders is verantwoordelijk voor de controle van de veiligheid in en rond de woning en de dienstverantwoordelijke zal dit dan ook op regelmatige tijdstippen nagaan.
 
Op basis van de regelgeving, de aanbevelingen van Kind en Gezin en de opgebouwde kennis en expertise van IDEWE wordt een checklist opgemaakt om de veiligheid in en rond de woning na te gaan. Deze checklist wordt ter beschikking gesteld aan de diensten, maar zij hoeven deze pas in 2011 te gebruiken. In 2010 worden de veiligheidsbezoeken namelijk uitgevoerd door ervaren medewerkers van IDEWE, die hiervoor specifiek worden opgeleid. IDEWE bezorgt nadien een veiligheidsadvies aan de diensten, die op hun beurt voor de opvolging van het advies instaan.
 
Deze samenwerking met IDEWE heeft in de eerste plaats de werkdrukverlaging bij de diensten voor onthaalouders als doel. Daarnaast kunnen de veiligheidsbezoeken en de opvolging ervan geoptimaliseerd, geprofessionaliseerd en verfijnd worden, dankzij de inzet en de expertise van IDEWE, ook na het project wanneer de diensten de nieuwe checklist zelf kunnen gebruiken.
 
INFO: Barbara Devos, tel. 02 507 01 42 of Ellen Maris, tel. 02 507 01 40
 
Naar boven
 
 
EXTERN
 
 

LANGER WERKEN IN DE SOCIALPROFITSECTOR

 
De nieuwe website www.leeftijdindesocialprofit.be biedt een waaier aan instrumenten, methodieken, praktijkverhalen en informatie over mogelijke samenwerkingspartners aan om medewerkers langer gemotiveerd aan de slag te houden in de socialprofit.
 
Mensen langer aan de slag houden is één van de doelstellingen die de Europese Unie nastreeft. Gemotiveerde medewerkers zijn hét kapitaal van organisaties in de social profit.
Je werk graag (blijven) doen is voor iedereen één van de belangrijke dingen des leven. 
Werknemers informeren en werkgevers inspireren zijn de belangrijkste doelstellingen van een nieuwe website, die opgezet werd door o.m. Vivo.
 
Werknemers uit de socialprofitsector vinden op er allerhande informatie over tewerkstellingsmaatregelen, manieren om hun loopbaan een nieuwe wending te geven of het juist (tijdelijk) wat rustiger aan te doen. Jongere werknemers leren er de sector en eventuele doorgroeimogelijkheden beter kennen. Werkgevers vinden antwoorden op vragen als ‘hoe vang ik de pensionering van een ervaren werknemer op?’ of ‘hoe ga ik om met de stijging van het aantal dagen arbeidsduurvermindering waarop 45-plusser in de socialprofitsector recht hebben?’ En vooral: ‘Hoe zorg ik ervoor dat mijn personeel graag blijft werken?’ 
 
INFO: www.leeftijdindesocialprofit.be, tel. 02 250 37 88 (Pieter Verstraete van Vivo).
 
Naar boven
 
 

VLAAMSE VOORZITTER VAN HET EUROPEES CENTRUM VOOR VRIJWILLIGERSWERK

 
Tijdens de Algemene Vergadering van het Europees Centrum voor Vrijwilligerswerk (CEV) te Malmö (Zweden) werd Eva Hambach, directeur van het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk, met ruime meerderheid van stemmen voor een periode van 3 jaar tot voorzitter verkozen. Het Europees Centrum voor Vrijwilligerswerk werd opgericht in 1989 onder impuls van o.m. het toenmalige Platform voor Voluntariaat, het huidige Vlaams Steunpunt voor Vrijwilligerswerk.
 
Het CEV heeft als opdracht het vrijwilligerswerk te promoten, de infrastructuur voor het vrijwilligerswerk te versterken en de ‘stem van het Europees vrijwilligerswerk’ te vertolken en groepeert 74 nationale en regionale centra in 29 landen. Samen vertegenwoordigen deze meer dan 20 miljoen vrijwilligers.
 
Het Vlaams voorzitterschap komt op een belangrijk moment voor het vrijwilligerswerk in Vlaanderen en Europa. In het kader van het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie tijdens de tweede helft van volgend jaar organiseert CEV in ons land een conferentie over ‘Vrijwilligerswerk en Sociale Uitsluiting/Activering’. De voorbereiding van deze conferentie wordt door het Vlaams Steunpunt vrijwilligerswerk vzw gecoördineerd.
 
Een andere belangrijke uitdaging voor de nieuwe Vlaamse CEV-voorzitter is het Europees jaar van het Vrijwilligerswerk in 2011. Het CEV heeft een belangrijke rol gespeeld in de totstandkoming van dit jaar. Het komt er nu op aan tijdens dit jaar zoveel mogelijk aandacht en blijvende steun voor het vrijwilligerswerk te bekomen.
 
INFO: www.cev.be, tel. 02 511 75 01.
 
Naar boven
 
 
PUBLICATIES
 
 

MEER DAN KINDERSPEL

Een educatief spel voor de kinderopvang

 

De Pool Gezinszorg van het Vlaams Welzijnsverbond ontwikkelde een educatief spel, waarmee de dienstverantwoordelijken vorming kunnen opzetten rond diverse thema’s en activiteiten. Een primeur…
 
De Pool Gezinsopvang
 
Het Vlaams Welzijnsverbond brengt 20 diensten voor onthaalouders in Vlaanderen samen in de Pool Gezinsopvang. Dit samenwerkingsverband werd in 2006 opgestart, dankzij subsidiëring van Kind en Gezin, met het oog op de ondersteuning van de diensten en de verlaging van de werkdruk. De vragen, bezorgdheden en noden van de verschillende diensten in het samenwerkingsverband zijn de stuwende kracht achter dit project. De leden brengen, zowel individueel als collectief, knelpunten en hiaten aan en de Pool Gezinsopvang speelt hierop in.
 
De vraag naar concreet vormingsmateriaal, specifiek gericht op de dienst en praktisch bruikbaar, is daar één van. Het idee groeide om vormingsmateriaal uit te werken in de vorm van een educatief spel, waarmee dienstverantwoordelijken concreet aan de slag kunnen gaan tijdens een vormingsmoment, een startopleiding, een huisbezoek, de selectie, enz. Zo kwam ‘Meer dan Kinderspel’ tot leven.
 
Het educatief spel
 
“Meer dan Kinderspel” is een laagdrempelig, geïntegreerd en praktisch bruikbaar vormingspakket voor diensten voor onthaalouders en steekt in een kleurrijk jasje. Het spel bevat 265 vragen en situatieschetsen over 10 actuele thema’s. Het gaat onder meer over pedagogische aanpak, visie op diversiteit, communicatie en samenwerking met ouders, aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid, veiligheid en hygiëne.
 
De dienst bepaalt zelf hoeveel en welke thema’s aan bod komen, waardoor het spel meermaals gespeeld kan worden en toch telkens een nieuw gezicht krijgt.
 
Het spel biedt in de eerste plaats een toegankelijke en laagdrempelige methode om de onthaalouders te betrekken bij het (kwaliteits)beleid van de dienst. Met behulp van het kwaliteitshandboek worden visie, procedures en afspraken besproken, geëvalueerd en eventueel bijgestuurd.
 
In tweede instantie bevat dit educatief spel ook heel wat vragen en situatieschetsen die bij de onthaalouders reflectie uitlokken over de eigen werking en het eigen handelen. Het accent ligt op de dialoog, het bewust worden van verschillende invalshoeken, de reflectie over het eigen handelen en het inzicht in de relatie tussen visie en handelen.
 
We wensen de diensten alvast veel spelplezier toe!
 
INFO: Barbara Devos, tel. 02 507 01 42 of Ellen Maris, tel. 02 507 01 40
 
Naar boven
 
 

DEZE MAAND IN HET TIJDSCHRIFT VOOR WELZIJNSWERK

 
Het oktober-novembernummer van het Tijdschrift voor Welzijnswerk (jg. 33, nr. 303, 2009) bevat artikels over de toekomst van de bijzondere jeugdzorg, zorggradatie in de gehandicaptensector, zorgpaden, ADHD en psychiatrische gezinsverpleging.
 
“En dan nu tijd voor… de vermaatschappelijking van de opvoeding!” is de titel van het Editoriaal. Hierin gaat Fons GEERTS in op de bewering van de Nederlandse pedagoog Jo Hermanns dat we “te snel naar te specialistische hulp grijpen voor gewone (opvoedings)problemen”.
 
Het eerste artikel zoomt in op “Een nieuwe toekomst voor de bijzondere jeugdzorg?” Professor Hans GRIETENS stelt dat de complexiteit van de problematiek van minderjarigen in de jeugdzorg en de grote onmacht bij hulpverleners en bij het beleid om fundamentele veranderingen vraagt. Hij pleit in dit verband voor een krachtige indicatiestelling, nieuwe structuren en werkvormen, wetenschappelijke input en monitoring, en professionalisering. “Eenvoudige oplossingen zijn er niet,” zo stelt hij.
 
Daarna staan Catherine MOLLEMAN en Ann VAN DEN ABBEELE stil bij de resultaten tot nu toe van het project “Zorggradatie in de gehandicaptensector” binnen het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. In september 2005 werd de eerste stand van zaken reeds beschreven in het Tijdschrift, vandaar dat ze hun huidig artikel “part two” noemen. Na de inschaling van de personen met een handicap komt het erop aan het personeel van de voorzieningen op basis van de zorgzwaarte toe te kennen. En dat is natuurlijk een ander paar mouwen…
 
Jacintha EBEN stelt onder de titel “Zorgpaden: een weg naar meer naadloze zorg” een project van Familiehulp voor. Naar analogie met de ‘klinische paden’ uit de ziekenhuiswereld ontwikkelde Familiehulp als eerste welzijnsorganisatie ook ‘zorgpaden’ voor de thuiszorg. Ondertussen zijn dat er al acht, die ontwikkeld werden in samenwerking met andere partners uit de gezondheids- en welzijnssector. Hiermee sluit men aan op verschillende maatschappelijke ontwikkelingen.
 
Het Brusselse Oriëntatie en Begeleidingscentrum Espero deed onderzoek naar ADHD in allochtone gezinnen en werkte op basis hiervan een educatief project uit: “D.R.U.K. of A.D.H.D”. Romina CUADROS PEREZ en Mattias BOUCKAERT staan stil bij de achtergronden en stellen het project voor, dat onlangs in boekvorm verscheen.
 
Verder wordt in “Uit de praktijk” de psychiatrische gezinsverpleging voor kinderen en jongeren vanuit het OPZ Geel voorgesteld en publiceren we een lezersreactie: “De evaluatie van het PGB mag niet in de eerste plaats gaan over budgetten, maar over wat ‘goede zorg’ is voor de betrokkenen.”
 
Tenslotte zijn er ook de rubrieken Lezerskring, Ethiek en zingeving, Kort genoteerd, Publicaties en Agenda.
 
Losse nummers van het Tijdschrift kosten 6 euro en kunnen aangevraagd worden bij Sabine Van Kogelenerg, tel. 02 507 01 33.
 
Wie een bijdrage wil leveren in de vorm van een artikel of een kort tekstje, wie een activiteit of publicatie wil bekendmaken, kan contact opnemen met Fons Geerts, tel. 02 507 01 29.
 
Naar boven
 
 

PASTORALE PERSPECTIEVEN

 
Het nummer 143 van september 2009 van Pastorale Perspectieven, het tijdschrift van en voor pastores in de zorg, handelt over “Registratie vanuit pastoraal perspectief”.
 
Dit nummer bevat artikels van Anne Vandenhoeck (“Op de kaart! Registratie vanuit pastoraal perspectief”), waarzin ze vier vormen van registratie voorstelt, met hun voordelen en uitdagingen, en pleit voor een functioneel, narratief en interdisciplinair registreren, en van Yvonne Denier (“Ethische reflecties op registratie in de pastorale zorg”), waarin ze het gebeuren situeert in de verschillende ‘cirkels van zorg’ waarin de bewoner of patiënt steeds het middelpunt is. Verder zijn er praktijkbijdragen vanuit WZC De Pottelberg en het AZ Groeninge, beide uit Kortrijk, en het AZ Damiaan uit Oostende. Adel Derdaele onderstreept het narratieve aspect van pastorale registratie in de gehandicaptenzorg, waarin het unieke levensverhaal van de bewoner centraal staat. Na een relatief zwaar themadeel komt vormingswerker Erik Herrebosch aan het woord over de rol van humor in het vormingswerk.
 
Pastorale Perspectieven is een uitgave van Caritas Catholica Vlaanderen vzw, in samenwerking met Zorgnet Vlaanderen, het Vlaams Welzijnsverbond en de diocesane Caritassecretariaten. Een abonnement kost 30 euro voor particulieren en 20 euro voor studenten. Voorzieningen die lid zijn van het Vlaams Welzijnsverbond betalen 25 euro.
 
Meer info: www.caritas.be, tel. 02 507 01 11
 
Naar boven
 
 

OVERZICHT INFORMATIEVEN SEPTEMBER EN OKTOBER 2009

 
Hier vindt u een overzicht van de Informatieven die verschenen in september en oktober 2009. Leden van het Vlaams Welzijnsverbond kunnen in deze lijst ook doorklikken naar de Informatief in kwestie.
 
2009/100
01/09/09
- Sector BJB: 2009/53
- Sector GZO: 2009/50
- Sector KO: 2009/58
- Sector OPH: 2009/72
- Sector REVA: 2009/45
- Sector VRIJ: 2009/34
2009/101
04/09/09
- Sector BJB: 2009/54
- Sector GZO: 2009/51
- Sector KO: 2009/59
- Sector OPH: 2009/73
- Sector REVA: 2009/46
- Sector VRIJ: 2009/35
2009/102
22/09/09
- Sector OPH: 2009/74
2009/103
29/09/09
- Sector BJB: 2009/55
- Sector GZO: 2009/52
- Sector KO: 2009/60
- Sector OPH: 2009/75
- Sector REVA: 2009/47
- Sector VRIJ: 2009/36
2009/104
29/09/09
- Sector REVA: 2009/48
2009/105
30/09/09
- Sector KO: 2009/61
2009/106
05/10/09
- Sector REVA: 2009/49
2009/107
06/10/09
- Sector GZO: 2009/53
- Sector KO: 2009/62
2009/108
07/10/09
- Sector KO: 2009/63
- PC331-GA's, COS, Vertrouwensartsencentra: 2009/5
2009/109
07/10/09
- Sector REVA: 2009/50
2009/110
14/10/09
- Sector BJB: 2009/56
- Sector GZO: 2009/54
- Sector OPH: 2009/76
2009/111
16/10/09
- Sector REVA: 2009/51
2009/112
20/10/09
- Sector BJB: 2009/57
- Sector GZO: 2009/55
- Sector KO: 2009/64
- Sector OPH: 2009/77
- Sector REVA: 2009/52
- Sector VRIJ: 2009/37
2009/113
20/10/09
- Sector BJB: 2009/58
- Sector GZO: 2009/56
- Sector KO: 2009/65
- Sector OPH: 2009/78
- Sector REVA: 2009/53
- Sector VRIJ: 2009/38
2009/114
20/10/09
- Sector BJB: 2009/59
- Sector GZO: 2009/57
- Sector KO: 2009/66
- Sector OPH: 2009/79
- Sector REVA: 2009/54
- Sector VRIJ: 2009/39
2009/115
23/10/09
- Sector BJB: 2009/60
- Sector GZO: 2009/58
- Sector KO: 2009/67
- Sector OPH: 2009/80
- Sector REVA: 2009/55
- Sector VRIJ: 2009/40
2009/116
23/10/09
- Sector OPH: 2009/81
2009/117
23/10/09
- Sector BJB: 2009/61
- Sector GZO: 2009/59
- Sector KO: 2009/68
- Sector OPH: 2009/82
- Sector REVA: 2009/56
- Sector VRIJ: 2009/41
2009/118
26/10/09
- Sector BJB: 2009/62
- Sector GZO: 2009/60
- Sector KO: 2009/69
- Sector OPH: 2009/83
- Sector REVA: 2009/57
- Sector VRIJ: 2009/42
2009/119
27/10/09
- Sector BJB: 2009/63
- Sector GZO: 2009/61
- Sector KO: 2009/70
- Sector OPH: 2009/84
- Sector REVA: 2009/58
- Sector VRIJ: 2009/43
2009/120
29/10/09
- Sector BJB: 2009/64
- Sector GZO: 2009/62
- Sector KO: 2009/71
- Sector OPH: 2009/85
- Sector REVA: 2009/59
- Sector VRIJ: 2009/44
 
INFO: Sabine Van Kogelenberg, tel. 02 507 01 33
 
Naar boven
 
 
 
Colofon
de facto is een gratis nieuwsbrief van het Vlaams Welzijnsverbond vzw en verschijnt 8 maal per jaar.
Alle leden en andere geïnteresseerden kunnen inschrijven op deze elektronische nieuwsbrief en kunnen zich ook ten allen tijde uitschrijven door een mailtje te sturen naar onderstaand e-mailadres.
Eindredactie: Fons Geerts en Frank Cuyt
Verantwoordelijk uitgever: Theo Rombouts
Vlaams Welzijnsverbond, Guimardstraat 1, 1040 Brussel
Tel. 02 511 44 70, fax 02 513 85 14, e-mail: post@vlaamswelzijnsverbond.be
 

 



Printen

Opslaan



Guimardstraat 1 - 1040 Brussel - Tel 02 511 44 70 - Fax 02 513 85 14 - post@vlaamswelzijnsverbond.be